A&OW > Geografie > Toekomstige studenten > Geografen en tewerkstelling

Geografen en tewerkstelling

Welke jobs bestaan er voor geografen?

Welke jobs bestaan er voor geografen?Bij de overheidsinstellingen zijn geografen actief op verschillende niveaus (internationaal, nationaal, provinciaal, gemeentelijk) en in verschillende domeinen (ruimtelijke ordening, verkeer, milieu). In verschillende overheidsdiensten werken geografen mee aan projecten die een ruimtelijke component hebben, zoals het Vlaamse bodem- en waterbeleid en het ruimtelijke beleid van provincies en gemeentelijke overheden. Steeds meer vereist dit beleid immers correcte ruimtelijke informatie en een grondige evaluatie van verschillende opties om de ruimte in te richten: geografen leveren hier een onmisbare bijdrage.

Een aantal afgestudeerden kiest ook resoluut voor een carrière in het wetenschappelijk onderzoek. Meestal gaat het om een tijdelijke functie, die een springplank is naar een baan bij de overheid, de privé-sector of de academische wereld. Het kan gaan om het voorbereiden van een doctoraat of om een functie als wetenschappelijk medewerker in een onderzoeksopdracht. Dit laat jonge mensen toe om zich verder te specialiseren in een deeldomein van de geografie en ook hun algemene vaardigheden aan te scherpen. Dikwijls krijgen ze nadien de kans van een baan die bij hun specialisatie aansluit.

Daarnaast biedt de privé-sector een waaier aan mogelijkheden. In studiebureaus maken geografen bodemstudies, werken ze mee aan MER's (Milieu-Effecten-Rapporten) en aan ruimtelijke structuurplannen. Vooral studiediensten voor leefmilieu, stedenbouw, stadskernvernieuwing, regionale ontwikkeling en verwerking van geografische informatie (GIS) zitten in de lift. Dankzij de opgedane kennis van het landschap en de economie, sociale en culturele bijzonderheden is ook de toeristische sector een afnemer van afgestudeerde geografen.

Het onderwijs (zowel secundair als hoger) was en blijft ook een belangrijke tewerkstellingssector. Door een gerichte keuze zal de geograaf thans ook beter gewapend zijn om een leraar wetenschappen te worden.

Uiteraard is geografie studeren geen lotsbestemming: er zijn natuurlijk ook geografen werkzaam in richtingen die niet specifiek met hun vakterrein te maken hebben.

Het Geografisch Instituut van de KU Leuven helpt je graag bij het zoeken naar ene geschikte job door vacatures te verzamelen en kenbaar te maken.

Top

Enkele profielen van geografen

 

 Sarah DEBAETS:

Sarah DEBAETSPostdoctoraal onderzoeker aan de Unversité catholique de Louvain (UCL, Belgium)

Na mijn doctoraat in de geografie aan de onderzoekseenheid Geografie van de KU Leuven ben ik een jaar tewerkgesteld geweest bij de Vlaamse Landmaatschappij als coördinator Plattelandsbeleid. Omdat de onderzoeksmicrobe me toch nog te pakken had, ben ik nadien teruggekeerd naar de KU Leuven. Tijdens dat jaar heb ik verder gewerkt rond plantenwortels en hun effecten op de weerstand van de bodem tegen erosie, wat ook het onderwerp van mijn doctoraat was. De applicatie van dit onderzoek was het aanbevelen van plantensoorten die geschikt zijn om erosie te bestrijden. Ik rangschikte zowel enkele typische groenbedekkers, als veelvoorkomende Mediterrane planten naar hun geschiktheid om de bodem te beschermden tegen erosie. Momenteel werk ik als postdoctoraal onderzoeker aan de UCL waar ik de ruimtelijke variabiliteit van organische koolstof in de bodem bestudeer in functie van landdegradatie in semi-aride gebieden. Mijn werk bestaat uit een boeiende afwisseling van terreinwerk waarbij we de ruimtelijke variabiliteit proberen te bemonsteren, labo-werk, analyse van gegevens en het communiceren van resultaten.  Ook de contacten nationaal en internationaal met andere onderzoekers zijn zeer verrijkend.

profielen

 Marc DECLERCQ

Marc DECLERCKHeel even wil ik me voorstellen:
Ik ben gehuwd met een geografe, nl. Bea Vleeschouwer en ik heb twee kinderen: Kristel en Jeroen. Zelf ben ik tewerkgesteld in het hoger onderwijs aan de Katholieke Hogeschool Mechelen. Daar ben ik opleidingshoofd van de opleiding Beheer, Toerisme en Recreatie. In deze opleiding hebben we dit academiejaar ongeveer 700 studenten en 36 personeelsleden. Het is mijn verantwoordelijkheid om deze opleiding te leiden.
Wat houdt dit in? 
De taken die ik vervul zijn zeer divers. Ze situeren zich op organisatorisch, als ook op pedagogisch vlak. Hierna vind je enkele van de diverse taken die moeten vervuld worden, het is namelijk de bedoeling dat alles goed georganiseerd verloopt en dat de opleiding een goed niveau bereikt en een uitstekend eindproduct aflevert. Verder zorgen we ervoor dat de opleiding naar buiten toe goede contacten heeft. Hierdoor hebben we heel wat contact met de toeristisch - recreatieve wereld.
Door deze functie moet ik ook heel wat vergaderen, met andere personeelsleden, met directie, met mensen uit de praktijk.
Op pedagogisch vlak zijn we nu bezig met het uitwerken van opleidingsprofielen samen met vertegenwoordigers van vier andere hogescholen met een opleiding toerisme en recreatie. Daarnaast houden we ons ook bezig met de meting van de studielast van de studenten.
Ook de tewerkstelling van de afgestudeerden volgen we op de voet.
Kortom alles moet gecoördineerd verlopen. Soms reizen we ook naar het buitenland, want onze hogeschool heeft ook heel wat contacten met andere instituten in de wereld.
Last but not least geef ik nog een aantal uren les nl. toeristische geografie, dat was tenslotte toch onze roeping toen we kozen voor het onderwijs, en ik begeleid ook de gastcolleges en stages.
Kort samengevat bestaat mijn taak erin om eindverantwoordelijke te zijn voor de opleiding Beheer, toerisme en recreatie. Dank zij de beperkte lestaak heb ik ook nog contact met de studenten. Uiteraard helpen heel wat andere personeelsleden met het invullen van deze taken.
Hoe ben ik nu begonnen?
Ik ben in het Coloma instituut begonnen in 1973 na mijn studies aan de KU Leuven. Toen gaf ik enkele uren toeristische geografie in het Hoger onderwijs en aardrijkskunde in het secundair onderwijs.
Geleidelijk aan heb ik meer uren gekregen in het H.O.. Vijftien jaar geleden werd mij gevraagd om afdelingshoofd te worden in het Hoger onderwijs. Toen waren er slechts 120 studenten, nu zijn er 700. In onze opleiding BTR werken nu al vijf afgestudeerden geografie van de KU Leuven namelijk: Jan Lorent, Lut Brouns, Ivo Siebens, Emmy Ruppol en ikzelf.
Het organiseren van excursies kwam mij zeer goed van pas. Dank zij het kaartlezen en het juist inschatten en plannen van reizen had ik een groot voordeel ten opzichte van collega's die daar veel minder bedreven in waren, ook mijn collega's geografen ervaren dit. Het is een specifieke aanpak die voor ons is weggelegd.
Ook het verklaren van het landschap en het inhoudelijk invullen van deze excursies was hiervoor nuttig. Het logisch denken en het probleemgericht werken komen me voor deze functie goed van pas.
Samengevat ben ik verzeilt geraakt in de boeiende wereld van toerisme en recreatie en dank zij mijn diploma hebben we een aantal bekwaamheden meegekregen die goed van pas komen voor deze jobs.

profielen

 Arjan GOEMANS

Arjan GOEMANSAfgestudeerd in 1995, licentiaat fysische geografie + aggregaatsopleiding
Sinds oktober 1995 ben ik tewerkgesteld aan het Departement Lerarenopleiding (DLO) van de Provinciale Hogeschool Limburg (PHL) in Hasselt. Veel heb ik hier niet voor gesolliciteerd. Om precies te zijn niet zelfs. De PHL zat op dat moment in hoge nood voor een licentiaat geografie met aggregaatsopleiding en zocht iemand die meteen beschikbaar was. Via het ISEG zijn ze bij mij terechtgekomen en ik had niet lang nodig om ja te zeggen. Mijn werk is namelijk zeer gevarieerd (geen week, zelfs geen dag is hetzelfde) en kent bovendien toch wel een aantal troeven, zoals o.a. het werken met jongeren, het voortdurend in contact komen met mensen en niet te vergeten de talrijke vakanties (toch wel aantrekkelijk voor iemand die graag een stapke in de wereld zet; letterlijk wel te verstaan). In eerste instantie was ik enkel aangenomen om les te geven, maar gaandeweg zijn er een aantal verantwoordelijkheden bijgekomen. Momenteel bestaat mijn hoofdopdracht (± 70 %) nog altijd uit lesgeven. Daarnaast heb ik een aantal functies m.b.t. interne planning en organisatie, coördinatie,... 
Het lesgeven aan gemotiveerde studenten tussen de 18 en de 24 jaar vind ik zeer aangenaam. Tuchtproblemen e.d. zijn onbestaand; in tegenstelling zelfs, er heerst een vriendschappelijke, gezellige sfeer. Wat aardrijkskunde betreft ben ik enig lector in onze hogeschool en sta bijgevolg in voor zowel de vakkennis als de vakdidactiek en dit voor de drie jaren van de opleiding. De aardrijkskunde die aan bod komt zweeft een beetje tussen een zwak afgietsel van het curriculum aan de universiteit en een verdieping van de aangeboden leerstof aan het secundair. Aangezien zij zelf leerkracht willen worden ligt er een sterk accent op de vakdidactiek. Bovendien trekken we er een paar maal per jaar op uit en de organisatie van die kortere excursies neem ik ook voor mijn rekening. Om de twee jaar wordt er een interdisciplinaire reis van een week georganiseerd en daar heb ik ook de leiding over. Omdat praktijkervaring zo belangrijk is voor onze studenten gaan zij vaak op stage in secundaire scholen. Tijdens deze stages worden zij intensief begeleid door hun vaklectoren. Dit houdt in dat ik tijdens die periodes alle uithoekjes van Limburg leer kennen. Alle studenten zitten immers in een andere school. Nochtans is dit zeer aangenaam en leuk om te doen. Ten eerste zie je de studenten groeien in hun mogelijkheden en kunnen en sta je in nauw contact met hen, anderzijds kom je in aanraking met een hoop collega's met een zelfde interesse.
Naast lector ben ik ook één van de drie opleidingscoördinatoren bij ons op het departement. Wij proberen het reilen en zeilen in het departement vlot te laten verlopen en daar komt heel wat organisatie en planning bij kijken omwille van de complexiteit van en de verscheidenheid binnen de opleiding. Dit is niet altijd een even plezierige taak omdat je niet aan iedereen (zowel collega's als studenten) hun wensen kan voldoen.
Bovendien ben ik samen met het departementshoofd mede verantwoordelijk voor de kwaliteitszorg binnen ons departement. Dit omhelst voornamelijk het op elkaar afstellen van de drie jaren en van de verschillende vakdomeinen hierbinnen en het verzorgen/organiseren van navorming op allerlei vlakken.
Last but not least coördineer ik het jaarlijks investeringsplan en beheer ik alles wat met beeld en klank te maken heeft binnen ons departement, omdat ik vanuit mijn vak veel met (multi)media bezig ben. 
Zoals je ziet kan je mijn werk dus zeker niet vergelijken met iemand die aardrijkskunde geeft aan het secundair. Het omhelst veel meer. En juist dat maakt het zo boeiend.

profielen

Greet JUCHTMANS

Na het afwerken van mijn eindverhandeling had ik het geluk om als wetenschappelijk medewerker aan de slag te kunnen op ISEG (voor niet-ingewijden 'het Instituut voor Sociale en Economische Geografie'). Vijf leerzame jaren volgden met een afwisseling aan projecten. Om te beginnen kon ik mij verdiepen in 'de hiërarchie van de steden en relatiepatronen van Vlaanderen met Brussel'. Deze theorie werd in een volgend project gekaderd binnen 'Het Structuurplan Vlaanderen'. Daarna stond multi-cultureel Brussel op mijn programma, waarbij de spreiding van de belangrijkste vreemde nationaliteiten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op kaart werden gebracht. Na de stedelijke netwerken en de vreemdelingen in Brussel werden mijn zinnen gezet op de Volkstelling van 1991. Hierbij nam ik de pendel - de bewegingen van en naar het werk - en zijn achterliggende motieven onder de loepe. Dit waren één voor één studies waarbij mijn projectmatige aanpak en mijn kritische zin bij het gebruik van statistisch materiaal werden aangescherpt. Ook de voorstelling van gegevens op kaart werd een vaardigheid. Naast mijn algemene opleiding als wetenschapper en het ruimtelijk inzicht als geograaf zijn dit drie belangrijke troeven voor de aanpak van mijn huidige taak als 'Strategisch analiste' bij de Rijkswacht.
De Rijkswacht heeft naast haar nationale diensten in Brussel op een lager niveau de diensten, van een 'district'. Wat Leuven betreft omvat dit heel het Arrondissement, plus de gemeenten Overijse en Hoeilaart. Op een lager niveau zijn er in 'ons' district 20 brigades die overeenkomen met één tot drie fusiegemeenten. Mijn taak situeert zich op het districtsniveau en kan letterlijk omschreven worden als 'het analyseren van omgevingselementen en cijfermateriaal met als doel een strategie te ontwikkelen om de criminaliteit te beheersen'. Enerzijds omvat dit steun verlenen bij de ontwikkeling en evaluatie van de beleidsplannen van de brigades. Anderzijds voer ik analyses uit: ik verwerk statistieken, help bij het opstellen en verwerken van enquêtes, zet fenomenen op kaart (waarbij Mapinfo wordt gebruikt), bepaal piekmomenten waarop bepaalde criminele feiten hoogtij vieren om preventieve maatregelen op af te stemmen,... . Daarnaast steun ik de lokale eenheden bij het uitvoeren van hun analyses. Ik reik hen regelmatig statistisch materiaal aan en help bij de verwerking ervan, ik help hen bij enquêtes,... . Een brede waaier van uiteenlopende taken en het bezig zijn met de dagelijkse actualiteit maken het werk boeiend en afwisselend.
Het feit dat ik bij de sollicitatie als geograaf in aanmerking kwam, heeft alleen te maken met de vraag naar een universitair diploma. Collega's van mij in andere districten hebben bijvoorbeeld een diploma criminologie, handelswetenschappen, communicatiewetenschappen of psychologie. Op zich was mijn geografisch diploma dus geen noodzaak voor deze job. Maar het feit dat ik alle fenomenen, hetzij bepaalde maatschappelijke elementen, hetzij bepaalde criminaliteitsvormen in een ruimtelijk en socio-economisch kader kan plaatsen heeft zeker de doorslag gegeven bij mijn aanwerving. Daarnaast heeft mijn werkervaring al geleerd dat de ruimtelijke voorstelling van bepaalde fenomenen een stukje kan bijdragen tot een verklaring ervan.
Criminologie heeft veel raakpunten met de sociaal-economische geografie. Het ruimtelijke en de daarmee samenhangende sociale en economische aspecten voegen een dimensie toe aan de criminologie. Ze helpen als het ware bepaalde fenomenen begrijpen.
Het stelen van dure wagens uit de garage van alleenstaande woningen bijvoorbeeld komen voornamelijk voor in residentiële wijken. De studie van de residentiële wijken of wijken van een bepaalde socio-economische klasse als risicovolle gebieden kan aanleiding geven tot preventieve maatregelen.
Zo is er het dagelijks optekenen van inbraken in bepaalde gemeenten. Niet zelden blijkt er een logisch verband te zijn tussen de misdaad en de plaats van het gebeuren: in de nabijheid van een uitvalsweg als vluchtweg, in een bosrijk gebied omdat ze dunbevolkt zijn en er weinig mensen passeren,... .
Maar ook regionale verschillen in misdaadcijfers vinden vaak een verklaring in het socio-economische. Criminaliteitscijfers zijn in de meeste gevallen hoger naarmate de stad waarvoor ze staan, hoger op de hiërarchische ladder staat.
Zo kan ik nog een hele reeks elementen kaderen binnen de geografie. Op die manier maak ik nog praktisch alle dagen onbewust gebruik van mijn 'basiskennis', waarbij de link tussen feiten en ruimte nooit ver weg is.

profielen

Katrien MAMPAEY

In 1998 studeerde ik af in de specialisatierichting Sociale en Economische Geografie. Ik maakte er een eindeverhandeling over de herbestemming van steenbakkerijen en kleiputten in de Rupelstreek. Daarna kreeg ik de kans om 2,5 jaar als wetenschappelijk medewerker aan de universiteit te werken, meer bepaald aan het Instituut voor Sociale en Economische Geografie. Eerst werkte ik twee jaar op een project rond Virtueel Toerisme en daarna hielp ik bij de opstartfase van een project rondom de uitbouw van Virtuele terreinexploraties op Internet voor studenten.
Tijdens deze eerste werkervaring werd niet enkel mijn 'vakkennis' uitgebreid, maar leerde ik ook allerlei praktische zaken zoals het geven van seminaries, het organiseren van een congres, contacten met de overheid e.d. Ook het dagelijkse werkritme is iets waaraan men als pas afgestudeerde moet wennen. De deadlines die werden opgelegd, kwamen mijn stressbestendigheid zeker ten goede.
Na deze fantastische leerschool kreeg ik de kans om bij Toerisme Vlaanderen aan de slag te gaan. Momenteel werk ik mee aan het projectplan Sociaal Toerisme: Toerisme voor allen. Het werk is bestaat ook hier uit beleidsgericht onderzoek, al is de werkomgeving totaal anders. Door het werken met mensen van allerlei niveau, met een verscheidenheid aan diploma's word ik dagelijks geconfronteerd met visies vanuit heel verscheiden standpunten en dat geeft zonder twijfel een interessante meerwaarde aan mijn huidige beroepsbezigheid.

profielen

 Koen MOELANTS

Koen MOELANTSAls afgestudeerd Geograaf in juni 1993 ben ik tewerkgesteld in het onderwijs. Ik geef les in twee scholen en kom zo aan een fulltime betrekking. Ik doceer alleen Aardrijkskunde aan leerlingen van de drie hoogste jaren van de humaniora. In de scholen zelf komt er naast het lesgeven nog heel wat meer bij kijken. Er zijn ook het verbeterwerk en de klassenraden die regelmatig terugkomen. Het verbeterwerk valt wel mee gedurende het schooljaar, maar het stapelt zich vooral op in de examenperiodes omdat in de meeste studierichtingen Aardrijkskunde maar een éénuursvak is, en je hebt 20 klassen nodig voor een fulltimerbetrekking. Aardrijkskunde als éénuursvak wordt dikwijls op het einde van de examenperiode geplaatst, wat soms wat nachtelijke verbeteruurtjes oplevert. 
In de school werd ik de voorbije twee schooljaren ook betrokken bij een uitwisselingsproject met Denemarken. Dit betekent dat je gedurende één week op bezoek gaat bij de Denen en zo hun cultuur leert kennen, dus niet alleen het schoolse leven. Dan komen de Denen gedurende het volgende schooljaar 1 week op tegenbezoek waarbij zij kennismaken met onze cultuur. Gedurende deze unieke ervaring leer je de leerlingen op een heel andere manier kennen dan tijdens de lessen Aardrijkskunde. Bij een dergelijk project komt heel wat voorbereidingswerk kijken zoals onder andere het samenstellen van een informatiebrochure voor leerlingen en ouders. Ook uitstappen naar bijvoorbeeld het Europees Parlement moeten zeer goed onderbouwd worden voor de leerlingen. De leerlingen zoeken heel wat zaken zelf op voor een goede uitbouw van hun project, zodat dit voor hen niet als een vakantieweek wordt ervaren. 
De opleiding Aardrijkskunde, in mijn geval fysische Aardrijkskunde, gaf mij een brede basiskennis die nodig is voor het lesgeven. Onze aggregaatsopleiding was niet zo uitgebreid als dat ze nu is en het lesgeven leer je dan ook pas door ondervinding. Het is dan ook zo dat je de eerste vijf jaren in het onderwijs nog heel wat te leren hebt en dat je de lesmethode steeds aanpast aan de ondervinding met de leerlingen. Zij laten je immers snel weten of je al dan niet saai aan het lesgeven bent. In het beginjaar probeer je je vaak te strikt te houden aan het jaarplan Aardrijkskunde. Maar nadien leer je wel dat dit niet altijd haalbaar is. Je kan uit ervaring bepaalde zaken minder uitgebreid zien terwijl andere items daarentegen meer interesse opwekken bij de leerlingen, zodat je ze wat meer kan uitwerken.
Je basiskennis schaaf je na de universiteit natuurlijk bij door allerlei nascholingsactiviteiten te volgen bij de verschillende aardrijkskundige werkgroepen alsook deze georganiseerd door de universiteit zelf. 
De universitaire opleiding, die vooral in eerste en tweede kandidatuur zeer breed opgevat is, geeft je een goede basis om nadien zelfs andere vakken op school te kunnen geven. Natuurlijk heeft Aardrijkskunde ook een sterke binding met andere vakken op school waaronder Biologie, Scheikunde en Fysica. In de scholen moet tegenwoordig ook gedacht worden aan het milieu, meer bepaald het sorteren van afval, en daar kan ook ons vak een belangrijke rol in spelen, om de leerlingen bijvoorbeeld niet te kwistig te laten omspringen met onze niet-onuitputtelijke natuurlijke rijkdommen.
Naast mijn onderwijsloopbaan vind ik ook nog wat tijd om praktische en theoretische rijlessen te geven in een rijschool. Je hebt immers steeds een aantal vrije momenten zoals de woensdagnamiddag en de vakantieperiodes onder het jaar. Ook hierin gebruik ik een aantal geleerde lestechnieken uit mijn aggregaatsopleiding. Het gaat hier immers ook om een manier van lesgeven, weliswaar gaat het hier bijna om privé-onderwijs.

profielen

Jeroen NACHTERGAELE

Jeroen NACHTERGAELEIdentikit: Jeroen Nachtergaele, prille dertiger, vader van twee kinderen -Twan en Ilja- samenwonend met een geografe (als je de studies geografie overweegt moet je weten dat geografenkoppels een waar sociologisch fenomeen zijn, de gevolgen van je studiekeuze kunnen dus verstrekkender zijn dan enkel en alleen het beoogde diploma!).

Na het beëindigen van mijn humaniora in 1991, heb ik, mede onder invloed van een enthousiaste leraar aardrijkskunde, de studies geografie in Leuven aangevat. In die tijd was er van een master-bachelor-structuur nog geen sprake en kende de studierichting geografie twee specialisatierichtingen: de sociaal-economische geografie en de fysische geografie. Ikzelf koos voor een specialisatie in de fysische geografie. Gebeten door de 'geografische microbe' heb ik na mijn studies nog zes jaar als assistent aan het Instituut voor Aardwetenschappen (I.A.W.)gewerkt. Zo'n assistenmandaat betekende dat ik mij zowat één derde van mijn tijd bezig hield met het geven van oefeningen en practica aan de geografiestudenten. De overige twee derde mocht ik besteden aan mijn eigen onderzoek, hetgeen uiteindelijk resulteerde in een doctoraatsverhandeling.

Na zes jaar 'zuivere geografie' -balancerend tussen het veelzijdige onderwijs en het diepgaande onderzoek- besloot ik voor mezelf dat het tijd werd om nieuwe paden te verkennen. Mijn sollicitatieperiode leerde me dat hoewel geografie niet echt een wijd gevraagd diploma is, geografen toch ruim gewild zijn. Ik bedoel hiermee dat men in vacaturelijsten niet vaak expliciet naar geografen vraagt, maar dat je als geograaf wel vaak aan een profielomschrijving beantwoordt. Kwestie dus van de werkgevers van je kennis en vaardigheden te overtuigen.
Zodoende kwam ik terecht op het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, meer bepaald bij de Afdeling Bos&Groen. Bondig samengevat bestaat mijn huidige job erin om in het sterk verstedelijkte Vlaanderen de nodige ruimte te vinden voor de gewenste/gevraagde/geplande bosuitbreiding. Het vinden van de nodige ruimte moet je hierbij zowel letterlijk als figuurlijk begrijpen. Eerst en vooral moet er gezocht worden naar locaties waar het maatschappelijk, landschappelijk en ecologisch relevant is om nieuwe bossen te creëren. Daarnaast is het van essentieel belang dat je ook op het politieke, administratieve, maatschappelijke, financiële, …..vlak de nodige ruimte (in het jargon heeft men het steevast over draagvlak) vindt om je projecten ook effectief te realiseren. Bosuitbreiding is dus in essentie een ruimtelijk vraagstuk, dat in functie van de slaagkansen in al zijn facetten dient benaderd te worden. Een job waar ik mij als geograaf dus helemaal kan in uitleven!

profielen

 Peter NORRO

Peter NORROZoals vele anderen allicht ben ik aan mijn geografiestudies begonnen uit interesse voor de aardrijkskunde en met de bedoeling later naar het onderwijs door te stoten. De werkelijkheid draaide helemaal anders uit. In het secundair onderwijs ben ik nooit meer terechtgekomen.
Ik 1986 werkte ik mijn 2e lic. af. Omdat ik tijdens mijn studies niet zo slecht geboerd had, kreeg ik daarna de kans als assistent te blijven werken aan het Instituut voor Sociale en Economische Geografie. Ruim vier jaar lang kon ik oefeningenzittingen en seminaries begeleiden, thesisstudenten opvolgen, mij uitleven in het schrijven van een aantal wetenschappelijke artikels en mij metersdiep inwerken in de vakliteratuur. Allemaal ervaringen die mij in mijn huidige job nog goed van pas zouden komen.
In 1991 kon ik dan aan de slag bij de Gewestelijke Ontwikkelingsmaatschappij West-Vlaanderen als milieuconsulent. Voor het milieu had ik altijd al interesse betoond. Maar ik had nooit verwacht dat ik als de uitverkorene uit het aanwervingsexamen zou komen. Wat zelfstudie, maar vooral de stevige wetenschappelijke basis die tijdens mijn geografische studies gelegd werd, wierpen daarbij vruchten af.
Eind 1993 werd ik dan bij de Milieu-afdeling van het Provinciebestuur van West-Vlaanderen binnengehaald. Daar werkte ik meer dan 10 jaar als provinciaal milieucoördinator. Mijn opdracht bestond erin de gemeenten te begeleiden die de Samenwerkingsovereenkomst omtrent milieu hebben afgesloten met het Vlaamse Gewest. De milieusector evolueert snel, niet alleen op juridisch en technologisch vlak, maar ook op wetenschappelijk gebied. Om te voorkomen dat de gemeentelijke milieuambtenaren de pedalen verliezen, organiseerden wij dan ook regelmatig vormingssessies. Dat ik als geograaf gewoon ben een holistische kijk op de zaken te ontwikkelen en geleerd heb verbanden te leggen tussen menselijke, fysische, historische en economische factoren is in mijn huidig vakgebied mooi meegenomen. Dat laatste klinkt nogal pretentieus; ik heb het dan ook niet zelf bedacht. Het is een collega op het werk, die al vaker heeft samengewerkt met geografen, die mij erop attent gemaakt heeft dat ons geografenras een probleem altijd vanuit meerdere invalshoeken bekijken.
Verder bestond mijn opdracht er ook in het provinciale afvalstoffenbeleid voor te bereiden. Het komt er daarbij op aan regelmatig nieuwe initiatieven te ontwikkelen. Daarvoor zijn vaak centen nodig en dus moet het politieke niveau overtuigd worden. Een goede beeldvorming is daarbij van groot belang. Op dat vlak hebben geografen, die meer dan wie ook geleerd hebben een situatie te schetsen met kaarten, grafieken en tabellen ontegensprekelijk een streepje voor.
Belangrijk voor het milieubeleid is ook dat men de evolutie van de milieukwaliteit kan opvolgen in de tijd. Databestanden gelinkt aan kaarten zijn daarvoor het gedroomde instrument. Helaas werd ik iets te vroeg geboren om op de universiteit nog te worden ingewijd in de geheimen van de GIS-technologie. Een achterstand die ooit nog wel eens hoop goed te maken. Maar ook een kans voor toekomstige geografen.

Thans zit ik nog altijd "in het milieu" (het groene milieu, welteverstaan). Sinds 2005 ben ik diensthoofd.  Vind ik leuk! Een zeer gevarieerde klus. Maar niet te onderschatten omdat ik ook graag inhoudelijk nog mijn collega's (waaronder heel wat bio-ingenieurs, industrieel ingenieurs en biologen) wil opvolgen. Dat ik een heel eindweegs meekan in hun betoog en ze mij niet helemaal onder tafel praten, heb ik te danken aan de uitgebreide bagage die ik tijdens mijn geografieopleiding heb opgedaan.  Met geografie kun je het soms ver brengen; vraag het maar aan Prins William!

profielen

 Jill PEETERS

Jill PEETERSAls kind droomde ik er al van om weervrouw te worden. Nooit gedacht dat ik uiteindelijk over de optelsom ging beschikken van 'wetenschappelijk inzicht' én 'een goeie uitleg'. Tot op de dag van vandaag blijf ik geografie de beste basis vinden voor mijn job. Het leerde me kijken naar meer dan alleen het weer!

Intussen ben ik al meer dan 10 jaar aan de slag bij de commerciële zender vtm en ik schrijf ook dagelijks het weerbericht voor de krant. Met de jaren heb ik ook meer verantwoordelijkheden gekregen. Zo werk ik samen met regisseurs, grafische vormgevers, technici, producers, commercieel verantwoordelijken én meteorologen om een zo'n perfect mogelijk weerbericht te maken. We hebben er ook al een paar internationale prijzen mee gewonnen.

Het boeiendste onderwerp dat er bij gekomen is de laatste jaren, is 'het communiceren over Climate Change'. Ook daar was mijn academische achtergrond absoluut onmisbaar om me er snel en efficiënt in te werken.   

profielen

Katleen PELEMAN

In 1994 studeerde ik af als licentiate geografie aan de KU Leuven, specialisatie sociaal-economische geografie. In mijn eindverhandeling maakte ik een analyse van de spreiding van scholen met meer dan 50% vreemdelingen in Antwerpen. Ik volgde ook een specialisatiejaar demografie in Louvain-la-Neuve.

Na mijn studies werkte ik 8 jaar aan het Instituut voor Sociale en Economische Geografie. Als assistent gaf ik oefeningen aan de studenten en werkte ik een doctoraat af. Dit onderzoek richtte zich op de invloed van de buurt op de participatie van Marokkaanse vrouwen aan de samenleving. Daarnaast was ik in die 8 jaar projectmedewerker op meerdere onderzoeken voor externe opdrachtgevers.

Na die lange tijd aan de universiteit koos ik voor een praktijkgericht studiebureau, een kleine BVBA waar ik toegepast onderzoek deed over uiteenlopende thema’s. Boeiend werk, waar ik leerde om doelgericht te schrijven, kortetermijnopdrachten uit te voeren (zoals een opdracht van 10 werkdagen) en resultaatsgericht te denken, vaardigheden die je minder aan de universiteit aanleert. Toch gaf het werk me te weinig inhoudelijke voldoening.

In 2005 kon in beginnen bij de8, Antwerps Minderhedencentrum. Hiermee keerde ik terug naar de interesses uit mijn eindwerk en doctoraat. Het leiden van een team praktijkwerkers was daarbij een nieuwe uitdaging. Theorie en wetenschap zouden hier moeten toegepast worden in de praktijk, maar helaas zijn ze té ver weg vaak. Ons universitair onderzoek sijpelt onrustwekkend weinig door naar de eigen sociale praktijk. Na verloop van tijd volgende ik een tweejarige managementopleiding bij aan de UAMS. Na vijf jaar stroomde ik bij de8 intern door naar de functie van intern directeur, verantwoordelijk voor personeelszaken en organisatieontwikkeling.

profielen

Truus ROESEMS

In juni 1994 studeerde ik af als sociaal economisch geografe. Voor ik op zoek ging naar een job, trok ik nog een jaar naar de Université Catholique de Louvain (Louvain-la- Neuve), waar ik een "diplöme en developpement" behaalde, maar vooral het Frans oefende.
Sinds november 1995 werk ik als wetenschappelijk medewerkster aan het Instituut voor Sociale en Economische Geografie (ISEG) aan de KU Leuven. De link met mijn opleiding is zeer duidelijk aangezien ik weer op het instituut terecht ben gekomen, waar ik een jaar voordien afstudeerde. Ik werk(te) er mee aan verschillende projecten met verschillende professoren.
De opdrachten die ik tot nu als wetenschappelijk medewerkster kreeg waren zeer verscheiden. Ik ben gestart met de medewerking aan een project over het toerisme in Limburg. Mijn taak hierin was meewerken aan de opbouw van een geografisch databestand en de geografische analyse. Omdat ik slechts gedurende enkele maanden 2 dagen per week aan dit project werkte, bleef mijn bijdrage beperkt. Hierdoor kreeg ik wel de kans me in te werken in GIS (Geografische Informatie Systemen). De studenten van mijn generatie waren de eerste die in hun opleiding al wat over GIS leerden, de cursus werd pas volledig uitgebouwd voor de mensen die na ons kwamen. Dit betekent dat ik onmiddellijk een inhaalbeweging kon en moest maken, wat mij nog steeds erg tot nut is. Ik werd ook 3 dagen per week ingeschakeld voor didactische opdrachten, en gaf onder andere de oefeningen GIS in de tweede kandidatuur. Ik kreeg ook de kans om verder met GIS te experimenteren en de oefeningen van menselijk geografie te "moderniseren" door de analyses die vroeger handmatig gebeurden door een GIS te laten uitvoeren.
In 1996 werden mijn 3 dagen onderwijstaken aangevuld met 2 dagen onderzoek voor een project van de censusmonografieën, waaraan ik samen met een collega, een vroegere medestudente, werkte. Er werken trouwens meerdere jongafgestudeerden op het ISEG. Het werk bestond uit het analyseren en karteren van, en zoeken naar verklaringen voor informatie uit de Volkstelling van 1991 i.v.m. de spreiding van de vreemdelingen. Ik werkte vooral op de situatie in Brussel, terwijl mijn collega zich toespitste op de andere belangrijke stadsgewesten in België. Via dit project werd ik ondergedompeld in de wereld van de ruimtelijke analysetechnieken en de statistiek, wat me weerom goed van pas kwam voor mijn onderwijstaken; oefeningen SAS in de eerste kandidatuur, oefeningen ruimtelijke analysetechnieken in de eerste licentie, ....
Vanaf 1997 begon ik aan een educatief project, in samenwerking met de Open Universiteit uit Nederland. Dit onderwijsproject heeft tot doel om mensen thuis zelf GIS te laten studeren met behulp van een CD-ROM en het internet. Ik werkte drie lessen uit voor de KULeuven: één over digitale terrein modellen, één over teledetectie en één over ruimtelijke planning van puntpatronen. Dit project vroeg wel wat creativiteit, in feite kwam het neer op het maken van een zeer uitgebreide lesvoorbereiding. Bij elke stap die je neemt, moet je de gepaste figuren zoeken of maken, je moet zorgen voor voldoende afwisseling, je moet goede oefeningetjes uitwerken, enz. ... Ik leerde ook heel wat bij over de communicatie via netwerken, omdat de intense communicatie met Nederland via het net gebeurde.
In 1998 zal ik meewerken aan een project over kansarme buurten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De opgedane kennis uit de vorige projecten zal mij zeker van pas komen.

profielen

Gerd SCHEELEN

Gerd SCHEELENVan 1980 startte ik een loopbaan in het secundair onderwijs van een aantal Molse scholen, die ik beëindigde in 1989.
In 1990 richtte ik Cocon Reizen op.  En sindsdien ben ik zaakvoerder van deze niche touroperator.  Cocon Reizen is een gespecialiseerde touroperator die zich toelegt op een beperkt aantal bestemmingen, waarbij deze streek in al zijn facetten wordt toegelicht: geografie, geschiedenis, kunstgeschiedenis, folklore, gastronomie, enz.  Cocon Reizen  richt zich op mensen, die uit zijn op een degelijke reis zowel voor wat betreft inhoud als de organisatie ervan.
Cocon Reizen is uitgegroeid tot een succesvolle onderneming, met een uitzonderlijk trouw cliënteel, waarvan meer dan 95% repeaters.  De reisbestemmingen situeren zich hoofdzakelijk in Europa, met enkele intercontinentale thema’s zoals Namibië en Nieuw-Zeeland.  Originaliteit in reisaanpak en onberispelijke organisatie vormen een waarborg en kenmerk van ons product.  De toenemende individualisering van onze samenleving is een uitdaging voor de organisatie van een aanbod van keuzemogelijkheden binnen één groepsreis. 
Wij stellen vast dat – na meer dan 20 jaar ervaring -  mijn vorming als geograaf een belangrijke meerwaarde geeft aan Cocon Reizen.
Uiteraard is er het geografisch-landschappelijke aspect van onze reizen. Dit blijft een unieke topic binnen het toerisme.  Zoals in de meeste groepsreizen belicht Cocon Reizen het kunsthistorisch aspect van een bestemming.  Maar evenwaardig en voor sommige bestemmingen doorslaggevend is de geomorfologische benadering van landschap en streek.  Ook hebben reizigers een belangrijke interesse naar aspecten van de sociaaleconomische geografie, waarbij een land of streek gekaderd wordt in zijn Europese of mondiale context. 
In backoffice vraagt de organisatie en voorbereiding van deze reizen een klare logistieke aanpak.  Onze opleiding als discipline-overschrijdende wetenschappers is hierbij onontbeerlijk. Integrerend denken, relaties leggen, de impact van de wijziging van één factor op het geheel, ruimtelijk inzicht, geografische parate kennis. Dit zijn enkele aspecten die hierbij dagelijks aan bod komen.
Als gids en reisleider wordt onze parate geografische kennis – zowel fysisch als sociaaleconomisch -  erg gewaardeerd door onze klanten. 

Kortom, ik ervaar onze opleiding als geograaf als een belangrijke meerwaarde voor Cocon Reizen als touroperator.  Inhoudelijk blijft het geografisch aspect van een reis origineel.  Het onderscheiden van essentie uit de veelheid van informatie, en daarnaast de relationele en contextuele benadering van een topic tijdens een reis wordt ervarend als verlichtend en verrijkend.  Onze discipline overschrijdende denkwijze vormt een belangrijke basis voor logistiek en organisatie van ons product in backoffice.

profielen

 

Kwinten VAN WEVERBERG

Kwinten VAN WEVERBERGNa mijn doctoraat over modelleren van intense neerslag aan de KU Leuven te hebben afgerond in mei 2010, vertrok ik in juli 2010 naar de VS voor een postdoc in New York. Daar werk ik nu aan het Brookhaven National Laboratory in de context van het Atmospheric System Research Program. Dit door het Department of Energy gefinancierd onderzoeksprogramma heeft een aantal grote onderzoeksintellingen en universiteiten in de VS als partner en heeft als doel de onzekerheden m.b.t klimaatmodellering te reduceren via een nauwe samenwerking tussen observatiegericht en modelgericht onderzoek. Ikzelf tracht vooral te achterhalen wat de gevoeligheden zijn van neerslagextremen voor de complexiteit van wolkenmicrofysica in weersvoorspellings- en klimaatmodellen. Verder trachten we meer inzicht te verwerven in de modellen door vergelijkende studies met observaties (verschillende radars en disdrometers) van intense onweders over de Southern Great Plains ARM facility in Oklahoma. Werken als wetenschapper in de VS is een unieke ervaring met ongekende toegang tot modellen, state-of-the art observaties en erg open collega’s.

profielen

Patrik VERCAUTEREN

Patrik VERCAUTEREN

Met een team van 10 mensen wordt de Westerschelde en het aan tij onderhevige Zee-scheldebekken met dieptelijnen- en cijfers in kaart gebracht en gepubliceerd. Het zwaartepunt ligt in het afwaartse gedeelte (Rupelmonde-Vlissingen) en naargelang de belangrijkheid wordt de frequentie bepaald; om de 14 dagen, elke maand... i.f.v. de scheepvaart. Veel aandacht gaat naar havensluizen, drempels, obstructies, wrakken, ondiepten. Opwaarts Rupelmonde gebeuren de peilingen om de 5 à 10 jaar als kennis, die recentelijk opnieuw meer worden aangepeild.
Hoe gebeurt nu zo'n werk van dieptepeiling ? 
Je leidt en organiseert in overleg met de schipper veilig een meetopdracht. Een peilboot meet met een toestel, dat geluidsgolven uitzendt en onderaan het schip hangt, naar de bedding van de stroom. Hij vaart in lineair profielen een sectie van de waterloop af.
Alle gegevens : dieptemetingen, plaatsbepaling (DGPS), tij, worden digitaal op schijf mee van boord genomen. Na verwerken van de gegevens - o.a. omzetten t.o.v. een vergelijkingsvlak zoals bvb. TAW- zullen de gevalideerde data op het bureel uitgeplot worden op een kaart met coördinaatlijnen(vb. Lambert), topografie van de oevers, schaal, archiefnummers en verder up to date gemaakt worden voor publicatie.
Constant wordt er gesleuteld aan optimalisering met nieuwe software, eigengemaakte programma's (Visual Basic, Unix-systems, ...) en is een uitgebreide kennis van allerlei GIS-systemen en andere informatica noodzakelijk. 
Actueel is er nu het peilen, minder in lineair profiel, maar van een hele oppervlakte gelijktijdig met meerdere (>300) geluidsgolven: het zogenaamde multibeam-systeem. Bovendien worden er allerlei studies gemaakt: evoluties, berekeningen,...

Onze opdracht en verantwoordelijkheid is:

  • het onder de knie krijgen van alle toestellen
  • zelfontwikkelde en bestaande applicaties onderhouden en besturen, om in te spelen op de specifieke behoeften van de klant
  • tijdig en met de juiste parameters opdrachten uit te voeren, vb. wat vandaag gepeild ten laatste morgen uitgewerkt te hebben
  • naar buiten toe elke vraag naar informatie keurig en juist te beantwoorden.
     

Het is een team dat achter de opdracht staat, waarbinnen iedereen nog eens zijn eigen doelstellingen heeft. Voor mij komt daar bij: - het up to date houden van een uitgebreid analoog en digitaal archief (kaarten en documenten) op meerdere servers en gecentraliseerd surveyarchief - programma's schrijven voor allerlei doeleinden (berekeningen, ordelijk wegschrijven van grafische data, mathematisch modellen,...) digitale controle van de steeds toenemende grootte aan en van data op fouten, en van de daaruit gemaakte digitale kaarten voor loodsen en derden -  meewerken aan het digitaal ontwerpen en afwerken van kaarten met voornamelijk dieptegegevens, en internationale zeekaarten in kleur. Meer en meer komt het doorgeven van de kennis van het stroomgebied naar voren, met zijn wrakken en eigenaardigheden, stromingen en hindernissen, ...
Mijn interesse voor toegepaste geografie, rivieren en kaarten heeft me geleid naar examens aan de Vlaamse Gemeenschap (Loodsgebouw); opdrachten met het schip in het Scheldebekken en op zee. Het is vooral de wiskundige geografie (projectiesystemen, topografie, kaarten...) en de fysische geografie (debieten, tij en dijken, al wat fluviatiel is, thesis...) van mijn opleiding, die me hierin kunnen en hebben geholpen. Mijn geogr. opleiding helpt mij vooral ruimtelijk en ordelijk analyseren; bvb. hoe een kaart ontleden in zijn verscheidenheid aan gegevens, wat zijn belang bewijst in de informatica.

profielen

Nog meer profielen op de alumni webstek van Science@Leuven

Top

Doctorandi

Jaar
Naam
Titel
Functie
1942 DEROECK Marcel Het land van Waas en Boom. Bijdrage tot de menselijke landstrekengeografie van ons land  
1961 DE PLOEY Jan Morfologie en Kwartair-Stratigrafie van de Antwerpse Noorderkempen † Prof. KU Leuven, fysische geografie
1963 GOOSSENS Modest Hiërarchie en hinterlanden der centra. Een methodologische studie toegepast op Noordoost België Prof. Emeritus KU Leuven, sociaal-economische geografie
1968 DEPUYDT Frans De Belgische strand- en duinformaties in het kader van de geomorfologie der zuidoostelijke Noordzeekust Prof. Emeritus KU Leuven, Cartografie
1971 PAULISSEN Etienne Morfologie en kwartairstratigrafie van de Maasvallei in Belgisch Limburg Prof. Emeritus KU Leuven, Fysische geografie
1971 VERMEERSCH Piet Landschap en mens in het noordelijk land gedurende de prehistorie Prof. Emeritus KU Leuven, Fysische geografie
1972 STERCKX Jozef Ruwe-Kolwezi, een regionaal-geografische studie uitgevoerd op luchtfoto's  
1973 DE SMEDT Paul Hydromorfologie van de Dijle- en Demervallei Korbeek-Dijle - Hever Afdelingshoofd Leefmilieu, Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening
1973 MIJS Maurice De geomorfologische ontwikkeling van de Noorderkempen en de Scheldepolders † Onderwijs
1973 SAVAT Jan Een morfologische en sedimentologisch-hydraulische indeling van de rivieren in het Zaïrebekken † Onderzoeksleider NFWO
1973 VAN DEN BERGHE Jozef Geomorfologie van de Zuiderkempen Prof. VU Amsterdam, Faculteit Aardwetenschappen
1974 MOEYERSONS Jan Granietmorfologie in Noord-Oost Nigeria. Terreinobservaties en experimenteel onderzoek Koninklijk Museum Midden-Afrika
1978 BOON Walter Een klimatologisch verantwoorde fytogeografische indeling van België Verantwoordelijke dataverwerking, Bodemkundige Dienst van België
1979 KNOPS Guido Stedelijke vervalprocessen en stadvernieuwing. Een sociaal-geografisch onderzoek met een toepassing op de wijk Klein-Begijnhof - Heembeemd in Mechelen Directeur van de Vlaamse Programma's 
Koning Boudewijnstichting
1981 DIRIKEN Pierre Postglaciale evolutie van de Mombeekvallei op basis van sedimentologische en macrologische onderzoekstechnieken Auteur/Uitgever Geo-gidsen (GEORETO)
1982 KESTELOOT Christian Theoretische en methodologische evaluatie van de factoriële ekologie. Een kritiek op theorievorming omtrent de interne stedelijke structuren in de sociale geografie met als voorbeeld: Brussel-Hoofstad Prof. KU Leuven, onderzoeksdirecteur FWO-Vlaanderen, geografie
1982 LOGIE Marleen Een windtunnelstudie betreffende de deflatie-gevoeligheid van duinzanden. Een bijdrage tot de winderosieproblematiek Onderwijs
1982 WEMANS Georges De Samber: hydrologische modellering en sedimenttransport HOBU-luchtmacht
1983 POESEN Jean Regenerosiemechanismen en bodemerosiegevoeligheid Prof. KU Leuven, geografie
1984 ALLEMEERSCH Luc Het veen in het oostelijke kustgebied. Genese, verbreiding en samenstelling Coördinator Regionaal Landschap Zenne-Zoniën
1984 DELLO Paul De werking van de strategische keuzebenadering vanuit methodisch standpunt bekeken Onderwijs
1984 VERHAEGEN Thomas Labo-experimenten en terreinwaarnemingen in verband met de erosiegevoeligheid van lemige bodems Onderwijs
1985 HAEST Roger Invloed van het Weichsel-Glaciaal op de geomorfologie van de Noorderkempen Administrator scholengroep H. Hart Heverlee
1986 DE GROOTE Patrick De Belgische hotelsector. Theoretische fundering van de toeristische geografie met economisch-geografische analyse van het Belgisch hotelwezen Prof. Limburgs Universitair Centrum, Departement Economie-Rechten
1986 GOVERS Gerard Mechanismen van akkererosie op lemige bodems Prof. KU Leuven, geografie
1986 VANNESTE Dominique Pre-industriële stadsmodellen getoetst voor Vlaanderen via kwantitatieve technieken. Een bijdrage tot de historische stadsgeografie Prof. KU Leuven, geografie
1987 GOOSSENS Dirk Sedimentatiemechanismen bij natuurlijk stofdeeltjes in de lucht Onderzoekscontract IMEC
1989 HOUTHUYS Rik Vergelijkende studie van de afzettingstructuur van getijdenzanden uit het Eoceen en van de huidige Vlaamse banken Projectingenieur Eurosense
1989 VERHETSEL Ann De Wereld in ons hoofd. Een onderwijsgeografisch onderzoek naar het ruimtelijke voorstellings- en structureringsvermogen Prof. UFSIA, Faculteit ETEW
1989 RAUWS Gerrit Hydraulische en bodemmechanische aspecten van het ontstaan van geulen: laboratoriumexperimenten Opdrachthouder R.O. & Leefmilieu, Koning Boudewijnstichting
1990 VAN ELEWIJCK Lut Stamafvloei op landbouwgewassen en bomen HOBU Onderwijs
1993 WILLEMSEN Hilde Onderzoek aangaande geautomatiseerde interpretatie van spot-satellietbeelden in functie van de topografische kartering EU - Luxemburg (Euro-Atlas)
1994 EVERAERT Wilfried De dynamiek van intergeulerosiemechanismen: laboratoriumexperimenten  
1995 DECLERCQ Franky Computergesteunde visualisatie van kaartinformatie: interpolatie, klassenindeling, symboolgebruik Klantverantwoordelijke – zaakvoerder bij GEO-IT BVBA
1995 WIJSEN Jozef Extending dependency theory for temporal databases  
1997 VAN DAELE Karel Temporele en ruimtelijke dynamiek van bodemerosieprocessen in landelijke stroomgebieden (Midden-België). Een terreinstudie Watermanager
Watering van Sint-Truiden
1997 JANSSENS Freddy De kartering in België tijdens het Hollands bewind (1815-1830): de werking van de afdeling Militaire Verkenningen en een nauwkeurigheidsanalyse van haar kaartencollectie Onderwijs
1997 DESMET Philippe De integratie van terreinanalyse en erosiemodellering met digitale terreinmodellen en geografische informatiesystemen: mogelijkheden en beperkingen  
1998 JANSSENS Freddy De kartering in België tijdens het Hollands bewind (1815-1830): de werking van de afdeling militaire verkenningen en een nauwkeurigheidsanalyse van haar kaartencollectie  
1998 MEERT Henk De geografie van het overleven: bestaansonzekere huishoudens en hun strategieën in een stedelijke rurale context † Prof. KU Leuven, Sociaal-economische geografie
1999 CABUS Peter De geografie van de ondernemingsstrategie. De toelevering aan de Belgische auto-industrie als onderlegger  
2000

VERSTRAETEN Gert

 

Modderoverlast, sedimentatie in wachtbekkens en begroting van de sedimentexport naar waterlopen in Midden-België Prof. KU Leuven, geografie
2001 NACHTERGAELE Jeroen A spatial and temporal analysis of the characteristics, importance and prediction of ephemeral gully erosion Bos en Groen Vlaamse Landmaatschappij
2001 VAN ROMPAEY Anton Geomorphic and land use change modelling at a regional scael Prof. KU Leuven, geografie
2001 STEEGEN Anne Sediment deposition and export from small catchments Onderwijs
2001 NYSSEN Jan Erosion processes and soil conservation in a tropical mountain catchment under threat of antropogenic desertification: a case study from northern Ethiopia Prof. UGent, geografie
2002 VANACKER Veerle Geomorphic response to human-induced environmental change in tropical mountain areas Prof. UCL, geografie
2002 PELEMAN Katleen De rol van de buurt: de maatschappelijke participatie van de Marokkaanse vrouwen in een ruimtelijk perspectief  
2003 TEMMERMAN Stijn Sedimentation on tidal marshes in the Scheldt estuary: a field and numerical modelling study Onderzoeker Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie
2003 VAN OOST Kristof Spatial modeling of soil redistribution processes in agricultural landscapes Prof. UCL, geografie
2004 SIX Simon Holocene geomorphological evolution of the territory of Sagalassis VMW - Afdeling Winningen en Bescherming
2005 GYSSELS Gwendolyn Impact of small grain roots on soil erosion by concentrated flow and implications for soil conservation  
2005 BRYON Jeroen De dialectische relatie tussen stadsbewoners en de toeristisch-stedelijke ruimte. Case studie Brugge Onderzoeker Geografie KU Leuven
2006 VAN DEN EECKHAUT Miet Spatial and temporal patterns of landslides in hilly regions  
2007 DE MAESSCHALCK Filip Stadsgewestvorming en electoraal-geografische dynamiek. Een onderzoek in Brussel en Antwerpen  
2007 DE LAET Véronique Evolution and reconstruction of the geo-archaeological landscape in the territory of Sagalassos (SW Turkey): integration of geomorphic, GIS and remote sensing methods Onderzoeker Geografie KU Leuven
2007 LOOPMANS Maarten Urban governance, neighbourhoods and organised residents: resident mobilisation and urban policies in Antwerp, Belgium Prof. KU Leuven, Geografie
2007 LIEVOIS Els De geografie van het toerisme in de stad: bepaling van toeristiciteits-indicatoren en methodiek voor interactie-analyse Onderzoeker ASRO, KU Leuven
2007 KNAPEN Anke Spatial and temporal variability of the erosion resistance of loess-derived topsoils during concentrated runoff  
2007 DE BAETS Sarah The effect of plant roots on rill and gully erosion: application to a Mediterranean plant system  
2009 DEMUZERE Matthias A downscaling approach for air quality at a mid-latitude site using circulation patterns and surface meteorology Onderzoeker Geografie KU Leuven
2009 DE VENTE Joris Soil erosion and sediment yield in Mediterranean geoecosystems. Scale issues, modelling and understanding  
2009 LAUWAET Dirk The influence of land use changes on precipitation in the Sahel  
2009 SMETS Toon Effectiveness of biological geotextiles in controlling runoff and soil erosion at a range of spatial scales  
2010 VANDESSEL Wim Evaluation of land cover change models in rural areas in Central and Eastern Europe studietrajectbegeleider, KU Leuven
2010 POELMANS Lien Modelling urban expansion and its hydrological impacts Onderzoeker Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO)
2011 SCHUERMANS Nick Anxieties, identities and spatialities: ambivalent geographies of encounter in Cape Town and Flanders Onderzoeker Educatie, Cultuur en Samenleving, KU Leuven
2011 MEEUS Bruno Migrant workers and postsocialism. A social reproduction perspective to work migration from North-East Romania  
2011 STUYCK Karen Een sociale geografie van remittancespraktijken: Transfers van België naar Senegal als case-studie  
2011 DUSAR Bert Late Holocene sediment dynamics in a mediterranean mountain environment Onderzoeker Geografie KU Leuven
2011 VAN DEN PUTTE An Application of conservation tillage in European cultivated landscapes: possibilities and limitations  
2011 CLYMANS Wim Land use related silica dynamics in terrestrial ecosystems