A&OW > Geografie > Toekomstige studenten > Geografen en tewerkstelling
Geografen en tewerkstelling
Welke jobs bestaan er voor geografen?
Bij de overheidsinstellingen zijn geografen actief op verschillende niveaus (internationaal, nationaal, provinciaal, gemeentelijk) en in verschillende domeinen (ruimtelijke ordening, verkeer, milieu). In verschillende overheidsdiensten werken geografen mee aan projecten die een ruimtelijke component hebben, zoals het Vlaamse bodem- en waterbeleid en het ruimtelijke beleid van provincies en gemeentelijke overheden. Steeds meer vereist dit beleid immers correcte ruimtelijke informatie en een grondige evaluatie van verschillende opties om de ruimte in te richten: geografen leveren hier een onmisbare bijdrage.
Een aantal afgestudeerden kiest ook resoluut voor een carrière in het wetenschappelijk onderzoek. Meestal gaat het om een tijdelijke functie, die een springplank is naar een baan bij de overheid, de privé-sector of de academische wereld. Het kan gaan om het voorbereiden van een doctoraat of om een functie als wetenschappelijk medewerker in een onderzoeksopdracht. Dit laat jonge mensen toe om zich verder te specialiseren in een deeldomein van de geografie en ook hun algemene vaardigheden aan te scherpen. Dikwijls krijgen ze nadien de kans van een baan die bij hun specialisatie aansluit.
Daarnaast biedt de privé-sector een waaier aan mogelijkheden. In studiebureaus maken geografen bodemstudies, werken ze mee aan MER's (Milieu-Effecten-Rapporten) en aan ruimtelijke structuurplannen. Vooral studiediensten voor leefmilieu, stedenbouw, stadskernvernieuwing, regionale ontwikkeling en verwerking van geografische informatie (GIS) zitten in de lift. Dankzij de opgedane kennis van het landschap en de economie, sociale en culturele bijzonderheden is ook de toeristische sector een afnemer van afgestudeerde geografen.
Het onderwijs (zowel secundair als hoger) was en blijft ook een belangrijke tewerkstellingssector. Door een gerichte keuze zal de geograaf thans ook beter gewapend zijn om een leraar wetenschappen te worden.
Uiteraard is geografie studeren geen lotsbestemming: er zijn natuurlijk ook geografen werkzaam in richtingen die niet specifiek met hun vakterrein te maken hebben.
Het Geografisch Instituut van de KU Leuven helpt je graag bij het zoeken naar ene geschikte job door vacatures te verzamelen en kenbaar te maken.
Enkele profielen van geografen
Nog meer profielen op de alumni webstek van Science@Leuven
Doctorandi
| Jaar |
Naam |
Titel |
Functie |
|---|---|---|---|
| 1942 | DEROECK Marcel | Het land van Waas en Boom. Bijdrage tot de menselijke landstrekengeografie van ons land | |
| 1961 | DE PLOEY Jan | Morfologie en Kwartair-Stratigrafie van de Antwerpse Noorderkempen | † Prof. KU Leuven, fysische geografie |
| 1963 | GOOSSENS Modest | Hiërarchie en hinterlanden der centra. Een methodologische studie toegepast op Noordoost België | Prof. Emeritus KU Leuven, sociaal-economische geografie |
| 1968 | DEPUYDT Frans | De Belgische strand- en duinformaties in het kader van de geomorfologie der zuidoostelijke Noordzeekust | Prof. Emeritus KU Leuven, Cartografie |
| 1971 | PAULISSEN Etienne | Morfologie en kwartairstratigrafie van de Maasvallei in Belgisch Limburg | Prof. Emeritus KU Leuven, Fysische geografie |
| 1971 | VERMEERSCH Piet | Landschap en mens in het noordelijk land gedurende de prehistorie | Prof. Emeritus KU Leuven, Fysische geografie |
| 1972 | STERCKX Jozef | Ruwe-Kolwezi, een regionaal-geografische studie uitgevoerd op luchtfoto's | |
| 1973 | DE SMEDT Paul | Hydromorfologie van de Dijle- en Demervallei Korbeek-Dijle - Hever | Afdelingshoofd Leefmilieu, Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening |
| 1973 | MIJS Maurice | De geomorfologische ontwikkeling van de Noorderkempen en de Scheldepolders | † Onderwijs |
| 1973 | SAVAT Jan | Een morfologische en sedimentologisch-hydraulische indeling van de rivieren in het Zaïrebekken | † Onderzoeksleider NFWO |
| 1973 | VAN DEN BERGHE Jozef | Geomorfologie van de Zuiderkempen | Prof. VU Amsterdam, Faculteit Aardwetenschappen |
| 1974 | MOEYERSONS Jan | Granietmorfologie in Noord-Oost Nigeria. Terreinobservaties en experimenteel onderzoek | Koninklijk Museum Midden-Afrika |
| 1978 | BOON Walter | Een klimatologisch verantwoorde fytogeografische indeling van België | Verantwoordelijke dataverwerking, Bodemkundige Dienst van België |
| 1979 | KNOPS Guido | Stedelijke vervalprocessen en stadvernieuwing. Een sociaal-geografisch onderzoek met een toepassing op de wijk Klein-Begijnhof - Heembeemd in Mechelen | Directeur van de Vlaamse Programma's Koning Boudewijnstichting |
| 1981 | DIRIKEN Pierre | Postglaciale evolutie van de Mombeekvallei op basis van sedimentologische en macrologische onderzoekstechnieken | Auteur/Uitgever Geo-gidsen (GEORETO) |
| 1982 | KESTELOOT Christian | Theoretische en methodologische evaluatie van de factoriële ekologie. Een kritiek op theorievorming omtrent de interne stedelijke structuren in de sociale geografie met als voorbeeld: Brussel-Hoofstad | Prof. KU Leuven, onderzoeksdirecteur FWO-Vlaanderen, geografie |
| 1982 | LOGIE Marleen | Een windtunnelstudie betreffende de deflatie-gevoeligheid van duinzanden. Een bijdrage tot de winderosieproblematiek | Onderwijs |
| 1982 | WEMANS Georges | De Samber: hydrologische modellering en sedimenttransport | HOBU-luchtmacht |
| 1983 | POESEN Jean | Regenerosiemechanismen en bodemerosiegevoeligheid | Prof. KU Leuven, geografie |
| 1984 | ALLEMEERSCH Luc | Het veen in het oostelijke kustgebied. Genese, verbreiding en samenstelling | Coördinator Regionaal Landschap Zenne-Zoniën |
| 1984 | DELLO Paul | De werking van de strategische keuzebenadering vanuit methodisch standpunt bekeken | Onderwijs |
| 1984 | VERHAEGEN Thomas | Labo-experimenten en terreinwaarnemingen in verband met de erosiegevoeligheid van lemige bodems | Onderwijs |
| 1985 | HAEST Roger | Invloed van het Weichsel-Glaciaal op de geomorfologie van de Noorderkempen | Administrator scholengroep H. Hart Heverlee |
| 1986 | DE GROOTE Patrick | De Belgische hotelsector. Theoretische fundering van de toeristische geografie met economisch-geografische analyse van het Belgisch hotelwezen | Prof. Limburgs Universitair Centrum, Departement Economie-Rechten |
| 1986 | GOVERS Gerard | Mechanismen van akkererosie op lemige bodems | Prof. KU Leuven, geografie |
| 1986 | VANNESTE Dominique | Pre-industriële stadsmodellen getoetst voor Vlaanderen via kwantitatieve technieken. Een bijdrage tot de historische stadsgeografie | Prof. KU Leuven, geografie |
| 1987 | GOOSSENS Dirk | Sedimentatiemechanismen bij natuurlijk stofdeeltjes in de lucht | Onderzoekscontract IMEC |
| 1989 | HOUTHUYS Rik | Vergelijkende studie van de afzettingstructuur van getijdenzanden uit het Eoceen en van de huidige Vlaamse banken | Projectingenieur Eurosense |
| 1989 | VERHETSEL Ann | De Wereld in ons hoofd. Een onderwijsgeografisch onderzoek naar het ruimtelijke voorstellings- en structureringsvermogen | Prof. UFSIA, Faculteit ETEW |
| 1989 | RAUWS Gerrit | Hydraulische en bodemmechanische aspecten van het ontstaan van geulen: laboratoriumexperimenten | Opdrachthouder R.O. & Leefmilieu, Koning Boudewijnstichting |
| 1990 | VAN ELEWIJCK Lut | Stamafvloei op landbouwgewassen en bomen | HOBU Onderwijs |
| 1993 | WILLEMSEN Hilde | Onderzoek aangaande geautomatiseerde interpretatie van spot-satellietbeelden in functie van de topografische kartering | EU - Luxemburg (Euro-Atlas) |
| 1994 | EVERAERT Wilfried | De dynamiek van intergeulerosiemechanismen: laboratoriumexperimenten | |
| 1995 | DECLERCQ Franky | Computergesteunde visualisatie van kaartinformatie: interpolatie, klassenindeling, symboolgebruik | Klantverantwoordelijke – zaakvoerder bij GEO-IT BVBA |
| 1995 | WIJSEN Jozef | Extending dependency theory for temporal databases | |
| 1997 | VAN DAELE Karel | Temporele en ruimtelijke dynamiek van bodemerosieprocessen in landelijke stroomgebieden (Midden-België). Een terreinstudie | Watermanager Watering van Sint-Truiden |
| 1997 | JANSSENS Freddy | De kartering in België tijdens het Hollands bewind (1815-1830): de werking van de afdeling Militaire Verkenningen en een nauwkeurigheidsanalyse van haar kaartencollectie | Onderwijs |
| 1997 | DESMET Philippe | De integratie van terreinanalyse en erosiemodellering met digitale terreinmodellen en geografische informatiesystemen: mogelijkheden en beperkingen | |
| 1998 | JANSSENS Freddy | De kartering in België tijdens het Hollands bewind (1815-1830): de werking van de afdeling militaire verkenningen en een nauwkeurigheidsanalyse van haar kaartencollectie | |
| 1998 | MEERT Henk | De geografie van het overleven: bestaansonzekere huishoudens en hun strategieën in een stedelijke rurale context | † Prof. KU Leuven, Sociaal-economische geografie |
| 1999 | CABUS Peter | De geografie van de ondernemingsstrategie. De toelevering aan de Belgische auto-industrie als onderlegger | |
| 2000 | VERSTRAETEN Gert
|
Modderoverlast, sedimentatie in wachtbekkens en begroting van de sedimentexport naar waterlopen in Midden-België | Prof. KU Leuven, geografie |
| 2001 | NACHTERGAELE Jeroen | A spatial and temporal analysis of the characteristics, importance and prediction of ephemeral gully erosion | Bos en Groen Vlaamse Landmaatschappij |
| 2001 | VAN ROMPAEY Anton | Geomorphic and land use change modelling at a regional scael | Prof. KU Leuven, geografie |
| 2001 | STEEGEN Anne | Sediment deposition and export from small catchments | Onderwijs |
| 2001 | NYSSEN Jan | Erosion processes and soil conservation in a tropical mountain catchment under threat of antropogenic desertification: a case study from northern Ethiopia | Prof. UGent, geografie |
| 2002 | VANACKER Veerle | Geomorphic response to human-induced environmental change in tropical mountain areas | Prof. UCL, geografie |
| 2002 | PELEMAN Katleen | De rol van de buurt: de maatschappelijke participatie van de Marokkaanse vrouwen in een ruimtelijk perspectief | |
| 2003 | TEMMERMAN Stijn | Sedimentation on tidal marshes in the Scheldt estuary: a field and numerical modelling study | Onderzoeker Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie |
| 2003 | VAN OOST Kristof | Spatial modeling of soil redistribution processes in agricultural landscapes | Prof. UCL, geografie |
| 2004 | SIX Simon | Holocene geomorphological evolution of the territory of Sagalassis | VMW - Afdeling Winningen en Bescherming |
| 2005 | GYSSELS Gwendolyn | Impact of small grain roots on soil erosion by concentrated flow and implications for soil conservation | |
| 2005 | BRYON Jeroen | De dialectische relatie tussen stadsbewoners en de toeristisch-stedelijke ruimte. Case studie Brugge | Onderzoeker Geografie KU Leuven |
| 2006 | VAN DEN EECKHAUT Miet | Spatial and temporal patterns of landslides in hilly regions | |
| 2007 | DE MAESSCHALCK Filip | Stadsgewestvorming en electoraal-geografische dynamiek. Een onderzoek in Brussel en Antwerpen | |
| 2007 | DE LAET Véronique | Evolution and reconstruction of the geo-archaeological landscape in the territory of Sagalassos (SW Turkey): integration of geomorphic, GIS and remote sensing methods | Onderzoeker Geografie KU Leuven |
| 2007 | LOOPMANS Maarten | Urban governance, neighbourhoods and organised residents: resident mobilisation and urban policies in Antwerp, Belgium | Prof. KU Leuven, Geografie |
| 2007 | LIEVOIS Els | De geografie van het toerisme in de stad: bepaling van toeristiciteits-indicatoren en methodiek voor interactie-analyse | Onderzoeker ASRO, KU Leuven |
| 2007 | KNAPEN Anke | Spatial and temporal variability of the erosion resistance of loess-derived topsoils during concentrated runoff | |
| 2007 | DE BAETS Sarah | The effect of plant roots on rill and gully erosion: application to a Mediterranean plant system | |
| 2009 | DEMUZERE Matthias | A downscaling approach for air quality at a mid-latitude site using circulation patterns and surface meteorology | Onderzoeker Geografie KU Leuven |
| 2009 | DE VENTE Joris | Soil erosion and sediment yield in Mediterranean geoecosystems. Scale issues, modelling and understanding | |
| 2009 | LAUWAET Dirk | The influence of land use changes on precipitation in the Sahel | |
| 2009 | SMETS Toon | Effectiveness of biological geotextiles in controlling runoff and soil erosion at a range of spatial scales | |
| 2010 | VANDESSEL Wim | Evaluation of land cover change models in rural areas in Central and Eastern Europe | studietrajectbegeleider, KU Leuven |
| 2010 | POELMANS Lien | Modelling urban expansion and its hydrological impacts | Onderzoeker Vlaams Instituut voor Technologisch Onderzoek (VITO) |
| 2011 | SCHUERMANS Nick | Anxieties, identities and spatialities: ambivalent geographies of encounter in Cape Town and Flanders | Onderzoeker Educatie, Cultuur en Samenleving, KU Leuven |
| 2011 | MEEUS Bruno | Migrant workers and postsocialism. A social reproduction perspective to work migration from North-East Romania | |
| 2011 | STUYCK Karen | Een sociale geografie van remittancespraktijken: Transfers van België naar Senegal als case-studie | |
| 2011 | DUSAR Bert | Late Holocene sediment dynamics in a mediterranean mountain environment | Onderzoeker Geografie KU Leuven |
| 2011 | VAN DEN PUTTE An | Application of conservation tillage in European cultivated landscapes: possibilities and limitations | |
| 2011 | CLYMANS Wim | Land use related silica dynamics in terrestrial ecosystems |



Heel even wil ik me voorstellen:
Afgestudeerd in 1995, licentiaat fysische geografie + aggregaatsopleiding
Als afgestudeerd Geograaf in juni 1993 ben ik tewerkgesteld in het onderwijs. Ik geef les in twee scholen en kom zo aan een fulltime betrekking. Ik doceer alleen Aardrijkskunde aan leerlingen van de drie hoogste jaren van de humaniora. In de scholen zelf komt er naast het lesgeven nog heel wat meer bij kijken. Er zijn ook het verbeterwerk en de klassenraden die regelmatig terugkomen. Het verbeterwerk valt wel mee gedurende het schooljaar, maar het stapelt zich vooral op in de examenperiodes omdat in de meeste studierichtingen Aardrijkskunde maar een éénuursvak is, en je hebt 20 klassen nodig voor een fulltimerbetrekking. Aardrijkskunde als éénuursvak wordt dikwijls op het einde van de examenperiode geplaatst, wat soms wat nachtelijke verbeteruurtjes oplevert.
Identikit: Jeroen Nachtergaele, prille dertiger, vader van twee kinderen -Twan en Ilja- samenwonend met een geografe (als je de studies geografie overweegt moet je weten dat geografenkoppels een waar sociologisch fenomeen zijn, de gevolgen van je studiekeuze kunnen dus verstrekkender zijn dan enkel en alleen het beoogde diploma!).
Zoals vele anderen allicht ben ik aan mijn geografiestudies begonnen uit interesse voor de aardrijkskunde en met de bedoeling later naar het onderwijs door te stoten. De werkelijkheid draaide helemaal anders uit. In het secundair onderwijs ben ik nooit meer terechtgekomen.
Als kind droomde ik er al van om weervrouw te worden. Nooit gedacht dat ik uiteindelijk over de optelsom ging beschikken van 'wetenschappelijk inzicht' én 'een goeie uitleg'. Tot op de dag van vandaag blijf ik geografie de beste basis vinden voor mijn job. Het leerde me kijken naar meer dan alleen het weer!
Van 1980 startte ik een loopbaan in het secundair onderwijs van een aantal Molse scholen, die ik beëindigde in 1989.
Na mijn doctoraat over modelleren van intense neerslag aan de KU Leuven te hebben afgerond in mei 2010, vertrok ik in juli 2010 naar de VS voor een postdoc in New York. Daar werk ik nu aan het Brookhaven National Laboratory in de context van het Atmospheric System Research Program. Dit door het Department of Energy gefinancierd onderzoeksprogramma heeft een aantal grote onderzoeksintellingen en universiteiten in de VS als partner en heeft als doel de onzekerheden m.b.t klimaatmodellering te reduceren via een nauwe samenwerking tussen observatiegericht en modelgericht onderzoek. Ikzelf tracht vooral te achterhalen wat de gevoeligheden zijn van neerslagextremen voor de complexiteit van wolkenmicrofysica in weersvoorspellings- en klimaatmodellen. Verder trachten we meer inzicht te verwerven in de modellen door vergelijkende studies met observaties (verschillende radars en disdrometers) van intense onweders over de Southern Great Plains ARM facility in Oklahoma. Werken als wetenschapper in de VS is een unieke ervaring met ongekende toegang tot modellen, state-of-the art observaties en erg open collega’s.