A&OW > Geografie > Onderzoek

Onderzoek

Binnen de Geografie kunnen volgende onderzoekszwaartepunten onderscheiden worden:

 

1. Geomorfologische processen, bodemdegradatie en bodemconservatie

Geomorphic processes, soil degradation en soil conservationJ. Poesen en G. Govers
 
Aandachtspunten:

  • experimentele geomorfologie
  • desertificatie
  • bodemerosie
  • bodemdegradatie
  • bodemconservatie
  • sedimentproductie,-transport en -afzetting
  • sedimentatie in reservoirs
  • regen-, afvoer- en windsimulatie
  • modellen  

De aandacht van deze onderzoeksgroep gaat naar de intensiteit, de controlerende factoren en modellering van deze processen onder verschillende ecologische omstandigheden (gematigde, mediterrane, subtropische en tropische gebieden) en over verschillende tijdsspannen. De belangrijkste bestudeerde geomorfologische processen zijn: watererosie (intergeul- en geulerosie, ravijnerosie in historische tijden en nu), sedimentatie, bewerkingserosie, massatransport en bodemverlies als gevolg van het rooien van wortel- en knolgewassen. Daarnaast gaat de aandacht eveneens naar antropogene bodemdegradatie als gevolg van belangrijke landgebruikveranderingen (o.m. in het kader van de verwoestijningproblematiek) en naar de effectiviteit en efficiëntie van technieken ter voorkoming en bestrijding van landdegradatie. Zo gebeurt er onderzoek naar het bestrijden van watererosie op perceelsniveau via gereduceerde bodembewerking en van ravijnerosie via innovatieve technieken of worden bestaande bodemconservatietechnieken in subtropische gebieden geëvalueerd. In samenwerking met andere Belgische en buitenlandse onderzoeksgroepen wordt de impact van geomorfologische processen op de fysische omgeving (lokale en stroomafwaartse gevolgen) bestudeerd (o.m. in België, Mediterraan gebied, China, Vietnam, Ecuador, Ethiopië, Oeganda, Tanzania, Zuid-Afrika). Naast experimentele studies en begroting van procesintensiteiten via terreinmetingen worden modellen ontwikkeld die toelaten intensiteiten van bodemerosie en sedimentatie te voorspellen voor verschillende tijdsschalen en met verschillende ruimtelijke resoluties. Hierbij wordt aandacht besteed aan de effecten van fouten en foutenvoortplanting op de modelresultaten. Een belangrijk aspect van het huidig onderzoek is de integratie van deze modellen met procesmodellen die de dynamiek van bodemkoolstof beschrijven.

URL projecten: http://aow.kuleuven.be/geografie/projecten

2. Samenleving en milieu

Samenleving en milieu M. Loopmans, G. Govers en A. Van Rompaey
 
Meer en meer groeit het besef dat globale sociale en ecologische kwesties een interdisciplinaire aanpak vergen waarbij de wisselwerking tussen dynamieken in de samenleving en biofysische processen op geïntegreerde wijze geanalyseerd wordt. Zo kan de ecologische dimensie van stedelijke ontwikkeling in het Zuiden niet los kan worden gekoppeld van haar sociale, economische en politieke aspecten. Maar ook in het rijkere Noorden tonen overstromingen, fijn stof en andere milieuproblemen de noodzaak aan van interdisciplinaire analyse. In rurale gebieden zijn de oorzaken van landdegradatie dan weer vaak gekoppeld aan demografische groei, de verdeling van grondrechten en economische ontwikkeling. Deze interacties tussen samenleving en milieu wordt binnen dit onderzoekszwaartepunt dieper onderzocht. Met behulp van kwalitatieve en kwantitatieve methoden worden interactieprocessen geanalyseerd, gedetecteerd en eventueel gemodelleerd.

Ons onderzoek richt zich meer bepaald op:

  • Ecologische rechtvaardigheid en duurzaamheid in het kader van stedelijke en rurale ontwikkeling zowel in Europa en Afrika.
  • De effecten van demografische evoluties en rurale economische ontwikkeling op landgebruiksveranderingen en landdegradatie.
  • Ruimtelijke patronen en maatschappelijke oorzaken en gevolgen van bostransities
  • Maatschappelijke en ecologische effecten van ruimtelijke ingrepen, en het maatschappelijk draagvlak en politieke strijd errond
  • De relatie die individuen en gemeenschappen ontwikkelen met hun natuurlijke omgeving en de effecten daarvan op hun (collectieve) acties

    URL projecten: http://aow.kuleuven.be/geografie/projecten
3. Terrestrische ecosystemen en milieuveranderingen

Terrestrische ecosystemen en milieuveranderingenG. Verstraeten en E. Paulissen
 
Aandachtspunten:

  • Relatie tussen menselijk handelen en landschapsdynamiek op verschillende tijdsschalen (eeuwen tot millennia)
  • Relatief belang van de menselijke- en klimaatsimpact op de dynamiek van terrestrische ecosystemen
  • Impact van veranderingen in het terrestrische milieu op biochemische cycli
  • Landschaps- en paleomilieureconstructie
  • Geo-archeologie
     

Het onderzoek spitst zich voornamelijk toe op de veranderingen die het fysische milieu heeft ondergaan sinds het begin van menselijke aanwezigheid in het landschap. Zo wordt getracht om op basis van de huidige kennis van geomorfologische processen de geobserveerde landschapsdynamiek te verklaren voor verschillende tijdsperiodes met een verschillend ruimtegebruik (nederzettingspatronen, bodemgebruikstypes en -veranderingen). Daarbij gaat veel aandacht gaan naar de ruimtelijke variabiliteit en de interactie tussen de verschillende processen en actoren die actief zijn in terrestrische ecosystemen. Het onderzoek concentreert zich op grote ruimtelijke eenheden. Het begrijpen van de landschapsdynamiek op langere termijn moet ook toelaten meer inzicht verwerven in het relatief belang van het menselijk handelen en van klimaatsimpacten op deze dynamiek. Dit is van belang voor het beter inschatten van de impact van mens en klimaat op toekomstige veranderingen in terrestrische ecosystemen. Tevens zal getracht worden om de impact van veranderingen in terrestrische ecosystemen, zowel in het verleden als in de toekomst, op de regionale en globale biochemische cycli (bv koolstofbalans) te begroten, en ook hier het relatief belang van klimaat en mens te bepalen.
Een ander onderzoeksthema heeft betrekking op landschaps- en paleomilieureconstructies die vooral steunen op gedetailleerd terreinwerk in verschillende ecozones: woestijnen, mediterrane en gematigde gebieden en op verschillende tijdschalen: laat-pleistoceen, holoceen en historisch. Deze studies gebeuren in samenwerking met archeologen. De nadruk ligt vooral op de evolutie van paleomilieus gedurende de laatste 5000 jaren op basis van een fijne tijdsresolutie en op de studie van de impact van abrupte klimaatsveranderingen op landschapsontwikkeling.

URL projecten: http://aow.kuleuven.be/geografie/projecten

4. Regionale Klimaatsstudies

Regionale KlimaatsstudiesN. van Lipzig
 
Aandachtspunten:

  • Atmosferische tak van de hydrologische cyclus
  • Het gebruik van nieuwe remote sensing instrumenten voor modelevaluatie
  • Het effect van neerslagprocessen op bodemerosie en opbrengsten van gewassen
  • Rol van bodem en vegetatie in droogtepersistentie
  • Rol van atmosfeercirculatie op luchtverontreiniging en stof concentraties
  • Polaire meteorologie, met name de oppervlaktemassabalans van Antarctica en de recente opwarming van het Antarctische schiereiland
     

Het centrale onderzoeksthema van onze groep is de hydrologische cyclus, met name de volledige cyclus van verdamping, wolkenvorming en neerslag. Dit thema is uitermate belangrijk voor vele processen die zich aan het aardoppervlak afspelen (geomorfologische processen, landgebruiksveranderingen en terrestrische ecosystemen). Om de hydrologische cyclus te bestuderen, gebruiken we regionale atmosfeermodellen met hoge resolutie voor verschillende gebieden op aarde.

Om de neerslag aan het oppervlak correct te kunnen modelleren is het van belang dat de gehele hydrologische cyclus goed wordt gerepresenteerd in de modellen. We gebruiken remote sensing instrumenten met zowel actieve (radar, lidar) als passieve (straling van het zichtbare tot het microgolf deel van het spectrum) sensoren voor een gedetailleerde evaluatie van de verticale verdeling van hydrometeoren (regen, sneeuw, wolkenwater, wolkenijs en hagel) in het model. De remote sensing instrumenten leveren informatie op hoge resolutie in tijd en ruimte waardoor ze uitermate geschikt zijn om processen te bestuderen die sterk beïnvloed worden door extreme neerslag zoals bodemerosie, terrestrische ecosystemen en landbouw. Het onderzoek wordt uitgevoerd in samenwerking met het Koninklijk Meteorologisch Instituut van België en de Universiteit Keulen (Duitsland).

Na een grondige evaluatie kunnen atmosfeermodellen gebruikt worden om inzicht te krijgen in meteorologische processen. Bijvoorbeeld in het 'Lake Chad' project wordt bekeken in welke mate de regionale meteorologische condities worden beïnvloed door de grootte van het oppervlak van 'Lake Chad', dat de laatste decennia door intensief watergebruik voor irrigatie sterk afnam. Bovendien wordt het effect van landgebruiksveranderingen op de locale hydrologische cyclus bestudeerd, met name de rol van bodem- en vegetatieterugkoppelingen en hun invloed op de droogtepersistentie in semi-aride gebieden. Voor studies naar de invloed van verstedelijking op lokale meteorologische condities wordt samengewerkt met het Vlaams Instituut voor Technologie (VITO). In één project wordt de rol van atmosfeercirculatie op de concentratie van luchtverontreiniging en stof concentraties bestudeerd. In een ander project wordt het effect van urbanisatie op gemeten temperatuurreeksen onderzocht.

URL projecten: http://aow.kuleuven.be/geografie/projecten

5. Prehistorische Archeologie

Prehistorische ArcheologieP. Van Peer
 
Aandachtspunten:

  • Laat Midden-Pleistocene en Vroeg Laat-Pleistocene archeologie van Noordoost-Afrika
  • Laat-Pleistocene en Holocene steentijdgemeenschappen in West-Europa
  • Het Midden- en Jong-Paleolithicum van West-Europa 

Het idee dat prehistorische groepen hun levenswijze vorm gegeven hebben in nauwe interactie met hun omgeving ligt aan de basis van de integratie van dit thema in het algehele onderzoekskader van de onderzoeksgroep Fysische en Regionale Geografie.

Gegrond in archeologische theorie en berustend op gemeenschappelijke methodologische fundamenten, zijn de projecten van de Eenheid Prehistorische Archeologie gericht op een beter begrip van de wederzijdse relatie tussen de techno-economie en de omgeving van de mens, zowel voor Paleolithische nomaden als voor Neolithische productie economieën.

Drie grote onderzoeksthema’s, elk gevoed door continue theoretische en methodologische reflectie, worden op dit moment ontwikkeld door groepen van samenwerkende personeelsleden. Chronologisch gezien overspannen ze de periode vanaf het laat Midden-Pleistoceen tot het midden van het Holoceen. Archeologisch veldwerk wordt uitgevoerd in verschillende klimatologische zones, in het bijzonder in Atlantisch West-Europa en aried Noordoost-Afrika.

De groep neemt deel aan enkele internationale onderzoeksprojecten omtrent de oorsprong van de moderne mens, die gefinancierd worden door de Natural Environment Research Council (Groot-Brittannië) en de National Science Foundation (Verenigde Staten). Binnen de context van de League of European Research-Intensitive Universities werd een samenwerking opgebouwd met de universiteit van Leiden (Nederland) en daarnaast fungeert de eenheid als leidinggevende instantie binnen de OIS3/2- werkgroep van de INQUA Commissie voor Paleo-ecologie en Menselijke Evolutie. Op nationaal vlak worden verschillende onderzoeksprojecten uitgevoerd in samenwerking met het Vlaams Instituut voor Onroerend Erfgoed.

URL projecten: http://aow.kuleuven.be/geografie/projecten

6. Sociale en Stadsgeografie

Sociale en StadsgeografieC. Kesteloot, M. Loopmans, M. Aalbers en E. Van Hecke
 
Dit onderzoek behelst de sociale productie van de ruimte en de weerslag van deze ruimtelijke structuren op de maatschappelijke ontwikkelingen.

De centrale vraag bij de samenhang tussen maatschappelijke ontwikkelingen (globalisering, vermarkting, flexibilisering, dualisering …), ruimtelijke structuren en sociale relaties (in het bijzonder sociale integratie en uitsluiting) is op welke wijze verschillende woonmilieus een andere samenstelling van kansen en belemmeringen genereren voor hun bewoners om hun bestaansmiddelen te bereiken. Deze vraag valt uiteen in economische, sociale, culturele en politieke componenten.

De sociale productie van de ruimte in stedelijke context betreft het stedelijk netwerk en zijn evolutie, stedelijke hiërarchie (met inbegrip van de studie van handel en diensten), invloedssferen, stadsgewestvorming, bevolkingsontwikkelingen die hier­mee verband houden (migraties…) en de sociaal-ruimtelijke structurering van stadsgewesten. De vraag naar relaties tussen ruimtelijke structuren en sociale relaties wordt vooral toegepast op de problematiek van achtergestelde buurten en immigratie, waarbij zowel multiivariate data analyse op grote bestanden als interviews, observerende participatie en disxcoursanalyse toegepast worden. Daarnaast wordt in een breder regionaal perspectief aandacht besteed aan de werking van de woningmarkt en de transformatie van het agrarische landschap naar de hedendaagse multifunctionele ruimte. Dit zwaartepunt combineert zowel historische inzichten met meer hedendaagse sociaal-economische processen.

Het onderzoek bevat zowel fundamentele als toegepaste, beleidsgerichte aspecten waarvoor er wordt samengewerkt met overheidsinstanties op verschillende bestuursniveaus. Gezien de groeiende impact van het Europese beslissingsniveau is de verdere ontwikkeling van Europees vergelijkend onderzoek prioritair. Deze expertise zal in de toekomst ook buiten de Westers-Europese context worden aangewend in fundamenteel en toegepast onderzoek (Afrika, Azië). In heel wat projecten loopt het onderzoek binnen een multidisciplinair kader (onder meer in samenwerking met antropologen, sociologen, architecten en criminologen).

URL projecten: http://aow.kuleuven.be/geografie/projecten

7. Economische geografie, regionale ontwikkeling en ruimtelijk beleid

Economische geografie, regionale ontwikkeling en ruimtelijk beleidD. Vanneste, M. Loopmans, M. Aalbers, P. Cabus en E. Van Hecke
 
Ruimtelijke beleidsvraagstukken worden bestudeerd op verschillende schaalniveaus (van lokaal tot internationaal). De nadruk ligt hierbij op de ruimtelijke voorwaarden voor een duurzame inplanting van functies en uitrusting enerzijds en op de ruimtelijke impact die zij veroorzaken anderzijds, in het licht van monitoring en management. Enerzijds besteedt het onderzoek aandacht aan de concurrentie tussen ruimtegebruikers wat zorgt voor spanningen die regionale ontwikkeling in de weg kunnen staan. Anderzijds gaat de aandacht naar gedrag en locaties van verschillende stakeholders die aanleiding geven tot hybride patronen en landschappen die synergieën en innovatie bevorderen, zoals bij bedrijvenclusters of brown field ontwikkelingen.

De economische geografie legt, in het kader van processen als globalisering, internationale arbeidsverdeling, terugtrekken op kernactiviteiten en outsourcing de nadruk op de rol van locationele of contextuele binding en ruimtelijke verankering van bedrijven, o.a. vanuit een perspectief van kennis en innovatie.
De rol van institutionele actoren en het beleid met betrekking tot het behouden of verhogen van regionale economische aantrekkelijkheid van (delen van) Vlaanderen wordt onderzocht.. De rol van de regio in het economische ontwikkelingsbeleid en de concurrentie tussen (sub)regio’s sluit bij dit onderzoekspunt aan. De institutionele en vooral beleidsactoren worden hierbij extra belicht, m.b. omwille van hun stimulerend en faciliterend potentieel in innovatieprocessen en vergroening van de economie.

URL projecten: http://aow.kuleuven.be/geografie/projecten

8. Toerisme en recreatie (TOURISM)

Toerisme en recreatieD. Vanneste en J. van der Borg

Toerisme is per definitie een multi- en interdisciplinair onderzoeksdomein. Vele vraagstukken en problemen in toerisme en recreatie vertonen zowel sociale, economische, ruimtelijke als culturele aspecten die als geheel moeten benaderd en in rekening gebracht worden.
De grote onderzoekslijnen zijn: globalisering, competitiviteit en duurzame regionale en stedelijke toeristische ontwikkeling. Toegepast beleidsondersteunend onderzoek in toerisme en recreatie wordt in bijzondere mate verzorgd door  het Steunpunt voor Toerisme en Recreatie dat deel uitmaakt van de afdeling Geografie. Het onderzoek is gericht op methodo­logische vernieuwing in het meten en verklaren van de economische impact van het toerisme en van patronen binnen het gedrag van toeristen en recreanten. Verder behoren sociaal toerisme, vergrijzing en toerisme, tweede woningen, fietstoerisme, duurzaamheid van (kleinschalige) logies enz. tot de actuele onderzoeksthema’s. Buiten het Steunpunt wordt nadruk gelegd op place branding, de impact van Web 2.0 op zowel de vraag- als aanbodzijde van het toerisme, netwerking en innovatie in de toeristische sector (voornamelijk bij KMOs) en special interest tourism zoals battlefield tourism, industrial tourism, event tourism, heritage tourism (UNITWIN- UNESCO), sex tourism enz.

De relatie tussen toerisme en recreatie enerzijds en duurzame ontwikkeling van toeristische landschappen en sites anderzijds wordt onderzocht door de kritische sociaal-economische en ruimtelijke voorwaarden te bepalen die toerisme en recreatie in evenwicht met de ecologische draagkracht van een gebied brengen. Vermits duurzaam toerisme hoe langer hoe meer een bottom-up benadering benadrukt, is community-based tourism, participatiee van stakeholders in toerismemanagement en de ontwikkeling van user generated content sterk vertegenwoordigd.

URL projecten: http://aow.kuleuven.be/geografie/projecten